Zelfhypnose - Kan ik dat ook?
Natuurlijk kan jij dat ook! Begin
alvast met een rustige plek te vinden en ervoor te zorgen
dat je niet gestoord wordt in de eerste 15 of 20 minuten
(later kunnen 5 minuten al volstaan en kan het zelfs in
rumoerige omgevingen). Je kan zitten of
liggen, zoals je zelf verkiest. Als je gaat liggen is
de kans groter dat je indommelt. Ga je zitten, dan kan
het zijn dat je in een ongemakkelijke houding terechtkomt.
Ieder zal daar een beetje zijn eigen positie dienen te
vinden.
Hoe ga je in zelfhypnose?
Het vergt
wel enige oefening. Uiteindelijk vraagt elke vorm van
werken aan jezelf inspanning. Hou er dus al op
voorhand rekening mee dat het niet vanzelf zal gaan en dat
je er enkel en alleen zal geraken door heel regelmatig te oefenen.
Er zijn natuurlijk methodes om
gemakkelijker in zelfhypnose te leren gaan en er is absoluut
niets mis mee om die aan te wenden, maar het is niet nodig.
Hieronder staan enkele manieren om zelfhypnose aan te leren:
Je doet het in je eentje, eventueel aan de hand van een goed
boek over zelfhypnose.
Je spreekt zelf een hypnose-inductie in op geluidsdrager
waarnaar je luistert om in hypnose te gaan.
Je gaat naar een hypnotiseur of hypnotherapeut die jou
zelfhypnose aanleert terwijl je in hypnose bent. In
hypnose leer je veel gemakkelijker en sneller.
Bovendien krijg je begeleiding en extra praktische tips om
mee verder te werken.
Gebruik makend van dezelfde werkwijze, koop je een ingesproken tekst die jou leert om in
zelfhypnose te gaan. Meer dan waarschijnlijk zal je
met die opname ook in hypnose gebracht worden om je in zelfhypnose
te leren gaan.
Je laat een posthypnotische suggestie geven door een
hypnotherapeut, waardoor je vanzelf in hypnose gaat op een
door jezelf gegeven signaal.
Eens je reeds voldoende diep in zelfhypnose raakt, kan je
jezelf een posthypnotische suggestie geven, waardoor je vanzelf
(sneller en gemakkelijker) in hypnose gaat op een
door jezelf gegeven signaal.
Iedere methode werkt, maar elk van hen zal
niet hetzelfde effect hebben op iedereen. Kies er
daarom eentje uit waar jij je het best bij voelt. Het
nadeel wanneer je zonder begeleiding werkt, is dat je niet
echt weet hoe hypnose voor jou aanvoelt en het moeilijk is
om te weten of je al dan niet in hypnose bent. Voor
sommigen is het al moeilijk om te geloven dat ze in hypnose
gaan bij heterohypnose. Voor hen is het des te
moeilijker om aan te nemen dat de zelfhypnose succesvol is.
De verdieping
Eens je in trance bent, zal je
waarschijnlijk nog een beetje dieper moeten om goed in het
zadel te zitten. Er bestaan talloze
verdiepingstechnieken. Bij elke verdieping is het aan
te bevelen om dat te doen bij het uitademen omdat je dan al
vanzelf het gevoel hebt dieper te gaan. Hier zijn
enkele voorbeelden:
De waarschijnlijk meest gebruikte zal we het afdalen van
een trap zijn, waarbij je de autosuggestie geeft dat je
met elke trede dieper in trance of hypnose gaat. Zo
kan je bijvoorbeeld 10 treden tellen en langzaam afgaan
telkens je uitademt.
Luieriken kunnen ook een roltrap nemen of een lift,
maar dat kan ook door mensen die niet goed te been zijn en
zich niet kunnen voorstellen dat zij een trap afstappen.
Wie het wat avontuurlijker wil kan zichzelf heel klein maken
en op een boomblad door de lucht naar beneden laten glijden
of drijvend op een beekje met de stroom meegaan en
regelmatig naar beneden gaan bij een niveauverschil (bij het
uitademen).
Je kan ook gewoon langzaam en luidop of in stilte aftellen
van bijvoorbeeld 25 tot 1 met alweer de autosuggestie dat je
bij elke tel dieper wegzakt. Tellen doe je telkens
wanneer je uitademt.
Mensen die meer auditief ingesteld zijn, kunnen bij het
tellen met hun nagel een tikje geven op iets zodat dit een
geluid maakt. Door de auditieve ingesteldheid zullen
zij beter reageren.
Op identieke wijze kunnen kinesthetische mensen bijvoorbeeld
met de vinger een tik geven op de ander hand of de dij om
een beter verdieping te kunnen toepassen.
Het visualiseren van een aangenaam natuurlandschap, daarbij
gebruik makend van zoveel mogelijk van je zintuigen (zien
van de omgeving, de lucht, wolken... horen van de vogels, de
zee, de wind, gebladerte... ruiken van de frisse
lucht, de zee, de bloemen,... voelen van de warmte van de
zon, de wind, de bodem waarop je ligt...). Vaak wordt
deze methode ook als inductie gebruikt, gevolgd door een
andere verdiepingstechniek.
De deductie
Het is niet onbelangrijk om voor je met
zelfhypnose begint ook te weten hoe je er weer uit kan
komen. Niet dat dit zo erg zou zijn - want je zou
gewoon in slaap vallen of er na een tijdje vanzelf uitkomen.
Toch is het handig om die controle te hebben. Je dient
te begrijpen dat, zelfs al ben je in hypnose, je nog steeds
de controle hebt, je bewust bent van je omgeving en van wat
er rondom jou gebeurt, dat je helder kan denken en je
gemakkelijk jezelf uit hypnose kan halen.
Het enige dat je hoeft te doen is te
denken: "Ik ga mijn ogen openen en ontwaken met een heerlijk
gevoel." Je zou ook kunnen aftellen en denken: "Ik tel
tot vijf en bij de vijfde tel zal ik mijn ogen openen en
ontwaken met een fantastisch goed gevoel, geheel fit en
monter. 1,... 2,... 3,... 4,... 5." Persoonlijk
verkis ik de laatste methode omdat als je echt goed diep in
hypnose ging, je hierdoor wat langzamer uit hypnose komt en
jezelf meer tijd geeft om naar hier en nu te komen.
Oefenen
Zoals gezegd is zelfhypnose een kwestie van
discipline om veel en regelmatig te oefenen. Zelfs met
een posthypnotische suggestie zal nog oefening vereist zijn
om voldoende diep in zelfhypnose te gaan. Als je goede
resultaten wil bereiken zal je toch wel een weeklang 2 tot 3
keer daags moeten oefenen. Maak het jezelf zo
gemakkelijk mogelijk en begin nog niet met echt suggestief
werk, behalve met de suggestie dat je de volgende keer
sneller, makkelijker en dieper zal gaan dan ooit voorheen.
Best kan je je daarbij ook een voorstelling maken met een
beeld waaruit blijkt hoe snel en gemakkelijk dat wel gaat.
vervolg: Zelfhypnose - Hoe werkt het?
|