Menu


 

rustpunt logo

De geschiedenis van hypnose

 

Hypnose is al zo oud als de menselijke cultuur.  In de een of andere vorm, bestaat hypnose sinds het begin van de tijd.  Bijvoorbeeld, dieren die een winterslaap doen, beoefenen een soort van hypnose.  Zij beoefenen zelfhypnose door hun lichaam af te sluiten, terwijl ze hun geest en lichaam laten regenereren.

 

Voor de 15de eeuw, werd er, wanneer iemand ziek was, gedacht dat dit veroorzaakt werd door de goden als straf voor de sterfelijke mens.  De genezers van de tijd gebruikten rituelen die een andere bewustzijnstoestand opriepen, hetzij bij de zieke of bij de heler.  Een rode draad in deze behandelingen is dat de zieke persoon zou trachten een "mentale plek" te bereiken waar de geest het over zou nemen van het lichaam.  Dit zou het proces van genezing opstarten.  Door te geloven dat ze werden genezen, kon de geesteskracht vrij komen en haar werk doen.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat door hypnose te associëren met deze supernatuurlijke en mystieke geneeswijzen, dit geleid heeft tot onbegrip, vrees en verzet bij het grote publiek.

 

Er werd al melding van hypnose gemaakt in de Egyptische geschriften van de 3e eeuw en er zijn graftomben en dergelijke die mogelijk getuigen van heling met behulp van hypnose.  Zowel de Egyptenaren als de Grieken en de Romeinen hebben honderden slaaptempels gebouwd waar mensen in een onweerstaanbare slaap (lees hypnose) werden geleid door een priester-magiër om dan genezing te verkrijgen.

 

Pas in de 18de eeuw kwam hypnose bij ons weer in de belangstelling toen Franz Anton Mesmer (1734-1815), een Oostenrijkse arts, ontdekte dat hij in staat was tot genezing van zieken zonder chirurgische ingreep of toediening van geneesmiddelen.  Zijn onderzoek leidde hem ertoe te geloven dat het lichaam onder invloed stond van een magnetische kracht, en dat het gebruik van magneten en hypnose mensen kon genezen.  Deze vorm van hypnose droeg de naam "Mesmerisme" en was zeer succesvol.
De Schotse geneesheer James Esdaile (1808-1859) voerde meer dan 250 operaties uit, waaronder amputaties en het verwijderen van tumoren.  Hij gebruikte hierbij alleen mesmerisme om te verdoven.  Hij had namelijk ontdekt dat zwellingen ook verdwenen als hij een patiënt hypnotiseerde om van de pijn af te komen.  Als chloroform niet was ontdekt, zou deze methode wellicht nu nog worden toegepast.

 

De belangstelling voor de genezende eigenschappen van trance steeg weer door James Braid (1795-1860), een schotse oogarts.  James Braid bracht mensen in hypnose door ze een paar minuten naar een vast punt te laten kijken. Hij ontdekte ook de pendule methode.  Hij bedacht de term "hypnose", naar het Griekse woord hypnos, dat slaap betekent.

 

Medicus Auguste Ambroise Liébault (1823-1903) en Hippolyte Bernheim (1837-1919), een professor in de psychologie aan de universiteit van Nancy, waren de eersten die hypnose beschouwden als een normaal fenomeen van psychologische origine.  Zij geloofden dat ze voor therapeutische doeleinden gebruikt kon worden.  Tegen het einde van de 19e eeuw nam in Frankrijk de belangstelling voor hypnose af, terwijl de British Medical Association haar in 1892 als therapeutisch middel erkende.

 

Emile Coué (1857-1926), Franse apotheker, introduceerde de methode van autosuggestie.  Hypnose was voor hem hetzelfde als zelfhypnose.  De hypnotiseur wekt alleen een sterke voorstelling op van de beoogde activiteit, die de proefpersoon dan via zelfhypnose uitvoert.
Niet de wil is de drijfveer van ons handelen, maar wel de voorstellingskracht.
Zijn theorie hield in, dat ieder mens zichzelf kan hypnotiseren (zelfhypnose) en dat zijn patiënten hun kwalen konden verhelpen door autosuggestie.  Hij had de volgende uitspraak: "Leer jezelf genezen, je kan het.  Ik heb nog nooit iemand genezen, je hebt het steeds zelf gedaan.  De mogelijkheid daartoe ligt binnen in jou.  Vertrouw je geestelijk en lichamelijk welzijn toe aan je innerlijke geest.  Hij staat je steeds bij."

Hij vroeg zijn patiënten om iedere ochtend en avond de volgende zin zo'n twintig maal te herhalen:

"Het gaat mij van dag tot dag in elk opzicht steeds beter."

 

Aan het einde van de 19e eeuw zag neuroloog Sigmund Freud (1856-1939) hoe de patiënten in het Salpétrière ziekenhuis in hypnose werden gebracht.  Dit vormde een belangrijke basis voor het ontwikkelen van zijn theorie over psychotherapie.  Uit de manier waarop psychiatrische patiënten zich in hypnose gedroegen, leidde hij af dat we naast ons dagelijks bewustzijn nog een ander niveau van bewustzijn hebben dat ons gedrag ongemerkt beïnvloedt.  Alhoewel hij niet de eerste was die dit had opgemerkt, was Freud wel degene die het onbewuste als belangrijke bron van psychopathologie herkende.
Freud verwierp het gebruik van hypnose om onderdrukte herinneringen naar boven te halen.  Hij meende ook dat het verlichten van neurologische symptomen door middel van hypnose de patiënt geen inzicht gaf in de symptomen en dat hypnose de oorzaak van de neurose niet aanpakte.  Door Freuds nieuwe methoden werd hypnose begin 20e eeuw haast niet meer gebruikt.

 

En toch werd tijdens beide wereldoorlogen hypnose vaak gebruikt voor de behandeling van posttraumatische stress.  In 1955 werd hypnotherapie door de British Medical Association erkend als legitieme medische behandeling.  De American Medical Association volgde dit voorbeeld in 1958.  De periode na 1960 wordt tegenwoordig beschouwd als het gouden tijdperk van hypnose.  Als onderdeel van de hypnotische beweging in de psychologie - die op haar beurt weer gezien kon worden als een reactie op het keurslijf van behaviorisme en de ouderwetse vastberadenheid van de Freudiaanse psycho-analyse - werd hypnose vanaf nu ook gebruikt voor niet-medische doeleinden als motivatie, verhoging van creativiteit en verslavingsproblematiek.  Men ging ervan uit dat als patiënten zichzelf beter begrepen, en als hun gedachten anders geprogrammeerd werden, ze dan toegang kregen tot hun creatieve potentieel.

 

Hypnose werd nu gezien als mogelijke behandeling voor bepaalde psychologische problemen.  Dr. Milton Erickson (1901-1980), een Amerikaanse psychiater, toonde mede aan dat hypnose ontwikkeld en creatief gebruikt kon worden en niet beperkt was tot het geven van een suggestie op autoritaire manier.  Milton Erickson heeft een essentiële bijdrage geleverd aan de acceptatie van het medisch gebruik van hypnose en de psychotherapie an sich. Hij was van mening dat zelfs patiënten die moeilijk te hypnotiseren zijn, een nieuwe denkwijze en een andere manier van leren konden ontwikkelen, zonder dat zij zich ervan bewust zijn dat ze leren.  Hij communiceerde door het vertellen van verhalen en bedacht metaforen.  Hij geloofde dat suggesties op deze manier het kritisch vermogen van de patiënt passeerden zonder op eventuele weerstand te stuiten.

 

John Butler, professor in de medische psychologie en neurologie in Londen, meent dat de laatste 30 jaar het gebruik van hypnose enorm is toegenomen, omdat orthodoxe geneesheren patiënten met psychosomatische klachten vaak niet kunnen genezen. De algemene opvatting is dat deze ziekten worden veroorzaakt door stress.  Het is bewezen dat hypnose zeer goed werkt bij de behandeling van diverse psychosomatische klachten.

 

 

Adres: Oudestraat 26, 3190 Boortmeerbeek
 - 
 - 
Tel: 0498 47 09 48
 - 
BTW: BE 0809.921.492